In de media
Footvolley onder asgrauwe hemel
Door Nol de Vries
Strandsport krijgt structuur met NK en een eigen bond
AMSTERDAM - Menigeen heeft het wel eens gezien. Hagelwitte stranden, palmbomen, wulpse Braziliaanse schonen en gespierde en gebruinde technisch begaafde voetballers, die met de bal spelen op het strand. Footvolley is al sinds een aantal jaren echter niet meer voorbehouden aan Brazilië of andere tropische oorden. Ook onder de asgrauwe Nederlandse zomerhemel bij een stevige landinwaartse bries wordt het gespeeld. Sinds kort is er zelfs een heuse bond; de FVN, die morgen met het eerste officiële NK footvolley outdoor een nieuwe stap zet in haar ontwikkeling.
Fred Bloem en Bas Heijt, samen regerend Nederlands kampioen footvolley indoor en voor de helft bestuurslid van de recentelijk opgerichte bond, zitten duidelijk op hun praatstoel als het over footvolley gaat. Aanvankelijk stond er gisteravond een training gepland, maar met een miezerig regenbuitje is er een eind gekomen aan een aantal zomerse dagen. Voor hen dus geen footvolleytraining. Dan maar erover praten.
Beachvolley als lichtend voorbeeld
Bron: GPB
Maandag 6 september 2004 - Beachvolleybal was een enorme hit in Athene, voetvolley moet dat in de toekomst worden. "Het zou mooi zijn als Frank en Ronald de Boer erbij zouden komen", zegt de Nederlander Fred Bloem.
AALSMEER - Behoedzaam bouwt Fred Bloem een piramide van zand, als een kind dat op het strand een kasteel probeert te maken. Zijn handen en voeten fungeren als schep en emmertje. Hij legt de bal op de zandhoop, waardoor de top wordt ingedrukt. Klaar voor de service. Trappen, bal over het net, juichen; punt voor het eerste Nederland-team. Mooie ace.
Welkom op het Europees kampioenschap 'footvolley'. Voetvolley in gewoon Nederlands, maar in de betrekkelijk nieuwe sport worden meer Engelse termen gebezigd. 'Footvolley Netherlands' staat er op de korte broeken van Bloem en zijn ploeggenoot Bas Heijt; ook de Nederlandse bond (FVN) profileert zich graag in een internationale taal.
De titelstrijd wordt gehouden in de voormalige bloemenveiling Aalsmeer, het epicentrum van voetvolleyend Nederland. In het complex liggen twee immense zandbakken waarop de sport bedreven kan worden. Velden meten acht bij zestien meter, de netten zijn gespannen op een hoogte van 220 centimeter. De muurschildering en palmbomen moeten voor een tropische sfeer zorgen.
"Hier trainen we drie keer per week", zegt Guido Albers, directeur van de FVN en voorzitter van de overkoepelende Europese organisatie EFVF. "De sport was eigenlijk helemaal niks in Nederland, maar we hebben ons in een paar jaar tijd op een schitterende manier ontwikkeld. Eigenlijk zijn we pas één jaar serieus bezig." Daarvoor was voetvolley niet meer dan een geweldig leuk spelletje. Prof- en amateurvoetballers vinden het al decennia lang prachtig om na de training bij hun club een partijtje tennisvoetbal te spelen. Laag net, bal mag een keer stuiteren. Inzet: de verliezer ruimte de spullen op, dat soort werk. Veel lachen en dollen. Albers tilde het net omhoog en nodigde profs uit om in mondaine oorden als Aruba of het Franse Juan-Les-Pins vriendschappelijke toernooien in het zand te spelen. Zijn goede vrienden Frank en Ronald de Boer (zij verrichtten de loting voor dit EK, John van den Brom reikte gisteravond de prijzen uit), spelletjesfreaks bij uitstek, waren er altijd wel bij, net als legio anders bekende voetballers. De reclameborden langs het veld en de samenvattingen op televisie zorgden voor een aardig budget.
De omslag van leuk spelletje tot beginnende volwaardige sport vond vorig jaar plaats. Albers (37): "Ik deed met John van den Brom mee aan een toernooi in Miami. Alles was daar anders dan wij gewend waren: de bal, het veld was iets kleiner, het net hing op 2.20 meter, twintig centimeter lager dan bij ons. Belangrijkste was dat de toegankelijkheid groter was, want je mocht de bal ook direct terugspelen. Wij hadden als regel dat je eerst twee keer verplicht moest overspelen, daar hadden veel mensen problemen mee. In Miami golden de Braziliaanse spelregels, want in Brazilië is voetvolley al lang erg populair. Ik wist meteen dat we daar in Nederland ook mee moesten beginnen, toevallig dachten drie andere Europese landen er ook zo over." Het leidde tot de oprichting van de EFVF, nu bestaande uit Nederland, Duitsland, Griekenland, Spanje, Italië en Frankrijk. Albers: "Er wordt in 31 landen in Europa gespeeld, ik verwacht dat de EFVF snel groter wordt." De Nederlandse tak poogt snel erkenning te krijgen van sportkoepel NOCNSF. Volgende stap van Albers en co is de sport mondiaal zo populair te maken dat het op de olympische agenda wordt geplaatst. "Op de Pan-Amerikaanse Spelen van 2007 is voetvolley een demonstratiesport", zegt Albers. "Dat is de eerste stap. Beachvolleybal heeft bewezen een plaats op de Spelen te kunnen veroveren. Wij kunnen alleen maar dromen van zoveel uitstraling en internationale populariteit. Als wij daar 50 procent van halen, dan zijn we opde goede weg." Saillant detail: The Beach, het uitvalscentrum van het Nederlandse voetvolley, is ook het trainingscentrum van Marrit Leenstra en Rebekka Kadijk, het duo dat Nederland in Athene vertegenwoordigde bij het volleybal in het zand. Een team bij voetvolley bestaat ook uit twee personen, de bal mag in tegenstelling tot beachvolleybal niet met de handen worden gespeeld, wel met alle andere lichaamsdelen. Het hoofd kan worden gebruikt om te smashen.
Tijdens het toernooi in Miami ontmoette Albers ook Marcelo Freire de Lima en Odilon de Carvalho Supra, twee mannen die net zo Braziliaans zijn als hun namen doen vermoeden. Hij contracteerde ze meteen als 'op afroep beschikbare' bondscoaches. "Ze komen vier keer per jaar een week over, om trainingen te geven. Vorig jaar zijn we met veertig man naar Natal in Brazilië gegaan om daar op het strand de fijne kneepjes van die jongens te leren. Nee, dat heeft de bond niet betaald, iedere speler moest het geld zelf ophoesten. De bondscoaches zijn iedere keer als ze in Nederland zijn verbaasd over de progressie die we maken", zegt de 33-jarige Bloem. Hij speelde zelf op het veld jarenlang in de hoofdklasse, het hoogste amateurniveau.
Een kapotte knie dreef hem van het gras naar het zand. "Bas (Heijt, red.) heeft een chronische achillespeesblessure. Deze ondergrond is ideaal, blessures komen zelden voor. Met een groepje speelden we regelmatig voor de gezelligheid voetvolley. Toen we hoorden dat er hier in Aalsmeer iedere week werd gespeeld, zijn we eens gaan kijken. We dachten dat we wel goed waren, maar verloren alles."
Maar van drie trainingen per week word je snel beter. Inmiddels hoort het duo bij de vaderlandse top. Gisteren reikten ze tot de finale, die werd verloren van de geroutineerde Fransen Patrick Ortega en Philipe Enea. Bloem denkt dat zo'n positie niet is weggelegd voor een willekeurige Nederlandse profvoetballer. "Ik weet zeker dat wij dik winnen van profs. Die hebben misschien wel aanleg voor de sport, maar doen het bijna nooit. Wij zijn specialisten. Maar ik hoop wel dat er een paar profs bij komen, jongens die wat om handen willen hebben als ze met hun loopbaan op het veld zijn gestopt.
Frank en Ronald de Boer bijvoorbeeld, dat zijn vrienden van Guido. Dat zou een geweldige promotie voor de sport zijn. En kijk, als die jongens net als wij drie keer per week trainen, dan zitten ze natuurlijk zo bij de top.
Albers: "In Engeland speelt John Barnes een voortrekkersrol in het voetvolley, in Frankrijk doet Jean-Pierre Papin dat. Ach, er spelen hier zo veel jongens uit de eredivisie, of jongens die net gestopt zijn. Is toch ook veel beter dan op de bank liggen."
Ajacieden ravotten in het zand
Amsterdam, 9 maart 2004
Bron: www.ajax.nl
Ajacieden ravotten in het zand
Het idee sluimerde zaterdagavond en zondag besloten de trainers en spelers van Ajax tot een 'teambuildingdag'. De Ajacieden werkten in het zand in plaats van op het trainingsveld aan een goede teamgeest om zo met frisse moed aan de laatste tien wedstrijden te beginnen.
Terwijl gelegenheids-wedstrijdsecretaris David Endt druk is met bellen en het wedstrijdschema, hijgt Wesley Sonck uit
Niet het strand van Noordwijk, maar de overdekte zandbak van The Beach in Aalsmeer was de speelplaats van de selectie. Liepen de mannen exact een jaar geleden in gedachten verzonken aan de Zuidhollandse kust ter voorbereiding op het treffen met Valencia, nu waren ze met het hoofd volledig bij de onderlinge partijen.
In Aalsmeer waren de 21 fitte Ajacieden en voetvolleyspecialist Guido Albers als stand-in in elf teams verdeeld. Voor de indeling was een onafhankelijk persoon gekozen. "Want de spelers begonnen zelf al te vragen of ze wel met die of die mochten. Daar waagde ik mij niet aan", sprak teammanager David Endt, die de enige 'begeleider' van het team was. De technische - en medische staf had hun eigen teambuildingdag, afzonderlijk van de spelers.
Uiteraard ontbraken ook de geblesseerden niet. Hatem Trabelsi, Tom Soetaers, Thomas Vermaelen en later Jari Litmanen en John O'Brien vermaakten zich met bordspellen. Alleen Nicolae Mitea ontbrak. De jonge Roemeen kreeg rust
Julien Escudé en Daniël de Ridder bleken een zilveren team
De teamsamensteller had interessante combinaties uit zijn koker gehaald. Zo speelde de fijnbesnaarde Rafael van der Vaart met 'doordouwer' Anthony Obodai en waren de van griep herstelde Yakubu en Maxwell door het lot verbonden. Van enige zwakte was trouwens bij dit duo niets meer te merken, ze reikten tot de kwartfinales en werden toen pas verslagen door Julien Escudé en Daniël de Ridder. Die kwartfinale was de mooiste wedstrijd van de middag. Het was fantastisch om te zien hoe Yakubu sommige ballen nog terug wist te krijgen, hoe Maxwell met zijn Braziliaanse finesse de bal beroerde en hoe vervolgens Escudé alles weghaalde en Daniël de Ridder met een overdosis effect de genadeslag toebracht.
Met een fraaie omhaal probeert Johnny Heitinga de bal terug te brengen
Anthony Obodai en Rafael van der Vaart reikten tot de halve finale. Toen gingen ze ten onder tegen Escudé/De Ridder
Die partij was nog in volle gang toen Endt de loting voor de halve finale verrichtte. Daar bemoeide hij zich dus weer wel mee. Van der Vaart gaf hem nog even één overweging mee: "Ik wil niet tegen de winnaar van deze partij", knikte hij richting middelste zandveld. Uiteraard werd het lootje Van der Vaart wél aan hen gekoppeld.
"Zo'n middag is best fijn", was Johnny Heitinga van mening. "Dan kan je je gedachten eens verzetten." Maar of de speler nou op het trainingsveld, in het stadion of zoals vandaag in het zand staat, hij wil maar één ding: winnen!
De gelukkige winnaars Wesley Sonck en Tomás Galásek poseren trots met hun kleinood
De poedelprijs ging naar Yannis Anastasiou en Tom de Mul
De een wat meer dan de ander. Deze middag leek op papier een dreamteam geboren: Steven Pienaar en Zlatan Ibrahimovic. Maar de twee bijna herstelde technici bakten er in het zand weinig van. Zelfs de poedelprijs ging nog aan hun neus voorbij, omdat ze te weinig hadden gedaan met hun kwaliteiten. Die was nu voor Yannis Anastasiou en Tom de Mul. "Mijn zoontje", grijnsde de Griek teder richting de jonge Belg. "Nou, het zou toch bijna kunnen, niet?"
De échte prijzenpakkers waren een bloedfanatieke Tsjech en Belg. Niet Zdenek Grygera, die samen met omhaalkoning Nigel de Jong vroeg werd uitgeschakeld. Nee, de eerste prijs ging naar Tomás Galásek en Wesley Sonck, die in de halve finale het gelegenheidsduo Albers/Boschker uitschakelden. De spits kreeg de lachers regelmatig op de hand als hij na een misser woedend op zichzelf werd. Dat fanatisme gaf in de finale de doorslag. Het Frans-Nederlandse duo moest hun teammakkers Galásek en Sonck toch voorrang verlenen in het Aalsmeerse. Trots hieven de winnaars de Cup.
"Ik hoop dat we over tien weken ook zo staan", droomde Victor Sikora hardop. Dat dromen ongetwijfeld tienduizenden Ajacieden met hem mee.